Staking 5: digitalisering

Het is natuurlijk fantastisch dat ik met mijn vader van 83 jaar over het onderwijs kan praten. Aan de andere kant is het bijna tragisch dat hij, inmiddels al 25 jaar uit het onderwijs, mijn problemen herkent en daarover nog precies kan meepraten’

Afgelopen zaterdag zat ik bij vrienden op een verjaardagsfeestje. Het was een kinderverjaardag dus er waren uiteraard ook genoeg kinderen aanwezig. Naast mij op de grond zat Joep, 2 jaar. De smartphone trok zijn volledige aandacht. Hij swipte probleemloos door you tube op zoek naar de filmpjes die hem interesseerden en reageerde daar enthousiast op. Een telefoontje aan zijn vader werd met een routinegebaar weggeveegd…….

Wat nu als we digitalisering eens gaan zien als de partner waarmee we moeten en willen samenwerken i.p.v. als de ‘vijand’ (zoals dat nogal eens voorkomt bij opvoeders). We moeten onszelf in het onderwijs afvragen wat de toegevoegde waarde is van het onderwijs en van de leerkracht. Welke onderdelen kan de computer eigenlijk van ons overnemen en wat betekent dit voor de aanpak (of het terugdringen) van het lerarentekort?
Volgens mij is daar grote winst te behalen. Programma’s kunnen zo ingericht worden dat ze adaptief zijn, dat er instructiefilmpjes inzitten en zelfsturend zijn. Heel veel technische onderdelen zijn prima te leren met een goed computerprogramma (daar valt overigens door ‘methodemakers’ nog wel een behoorlijke winst te halen). Een leerkracht kan daarmee een grotere groep kinderen monitoren en gerichter instructie geven wanneer het toch spaak loopt.
Is dat dan het eind van het onderwijs of de leerkracht? Slechts ten dele. Daar waar de leerkracht minder nodig is blijft er meer ruimte over om andere belangrijke zaken aan te pakken. Wat te denken van creatieve vakken, sport, leren samenwerken, filosoferen, techniek, programmeren, leefstijl en ga zo maar door. Onderdelen die zeker zo belangrijk zijn en nu vaak ondergesneeuwd raken in de hoeveelheid lesonderdelen waar de school aandacht aan moet besteden. Ook kun je daarbij de vraag stellen of er in alle gevallen een leerkracht nodig is om deze vaardigheden aan te leren. Zou daar dan niet een kans liggen om vanuit meer invalshoeken/ beroepsgroepen het tekort aan leerkrachten aan te vullen?
Bovenstaande sluit gelijk aan bij een volgende denkrichting: het aangaan van samen-werkingsverbanden met andere organisaties rondom het kind en herstructurering van het bestaande systeem.