Staking 3: arbeidsvoorwaarden

Onze economie vraagt erom dat we kinderen naar school kunnen laten gaan (of naar de kinderopvang etc) Als het maar niet thuis is…. de ouders moeten immers aan het werk. Pure noodzaak om het huishouden en de economie draaiend te houden in een tijd waarin het aandeel mensen in de beroepsbevolking alleen maar kleiner wordt.
Er ontstaat dus een probleem als dit niet meer kan. In staking 1 heb ik al genoemd dat er een aantal gebieden zijn waarop we maatregelen zouden kunnen treffen om de bestaande mogelijkheden – al is het in een andere vorm- in stand te houden. Deze keer dus de arbeidsvoorwaarden.
Is meer salaris de oplossing? Niet erg waarschijnlijk. Natuurlijk kun je met een enorme loonsverhoging meer mensen trekken. Dat is echter onbetaalbaar. Daarnaast, het onderwijs (de verpleging ea) ga je niet in voor de verdiensten. Wel blijft het voor PO leerkrachten onbegrijpelijk dat er zo’n groot verschil is met het salaris van de VO leerkrachten. Een historisch ontstaan verschil dat je nu eigenlijk niet meer met droge ogen kunt verdedigen.
Je zult het dus in andere maatregelen moeten zoeken als het om arbeidsvoorwaarden gaat. Minister Slob heeft twee jaar terug een budget ‘werkdrukmiddelen’ ingevoerd. Kortom, een zak met extra geld voor de school dat je naar eigen inzicht kan inzetten om de werkdruk te verlagen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
– Een extra leerkracht aanstellen zodat de gemiddelde klassengrootte afneemt,
– Een klassenassistente aanstellen die randzaken kan oplossen/ kan ondersteunen in de groep – Een conciërge aanstellen zodat een                       aantal werkzaamheden niet meer op het bordje van de directeur of leerkrachten komt te liggen.
– Goede administratieve ondersteuning
– Een ‘eventmanager’ aanstellen die alle randverschijnselen organiseert (Sint/ Kerst/ sporttoernooien/ cultuuractiviteiten) zodat de                       leerkracht zich kan richten op de kerntaak.
– Vakleerkrachten aanstellen: gymnastiek/ muziek/ creatieve vakken/ techniek etc. Dit komt de kwaliteit van die lessen ten goede en                    ontlast de leerkracht c.q. geeft weer meer tijd voor uitvoering van de kerntaak.

Deze ‘zak’ wordt nog groter vanaf volgend jaar (het geld, niet de minister) en is een goede zet en investering. Het verlicht daadwerkelijk de werkdruk. Maar is dat voldoende om nieuwe mensen aan te trekken?
Misschien moeten we toch ook eens kijken naar de opbouw van ons functiebouwwerk. De doorstroom van pedagogisch medewerkers mogelijk maken door interne opleiding en beoordeling is wellicht een optie. Maar ook de salarisopbouw is aan vernieuwing toe en niet uitdagend. Je krijgt er in principe elk jaar een beetje bij totdat je aan je top zit (na 15 jaar) en dat is het dan. Kunnen we dat niet uitdagender en stimulerender maken?
Ook de verhouding vrouw – man is een groot nadeel. Hoe krijgen we mannen weer het onderwijs in? Wellicht door hervorming van de opleiding en bovengenoemde maatregelen. Door meer vakspecialisten te gaan gebruiken juist op het gebied van techniek en ICT?
Tot slot zijn er ook nog de verdergaande ideeën. Wat te denken aan een vorm van ‘maatschappelijke dienstplicht’, of een vrijwillige of verplichte inbreng vanuit het bedrijfsleven bijvoorbeeld door het geven van gastlessen?

Uiteraard hangen deze punten samen met de overige mogelijkheden van herstructurering.